Het aardrijkskundemateriaal biedt het jonge kind gelegenheid om de vele geografische ordeningswijzen te verkennen die de mens in de loop der eeuwen heeft aangebracht in zijn kennis van de aarde. De mens heeft de aarde ingedeeld in landen, staten, provincies; ieder met zijn eigen vorm,
interessante naam, hoofdstad en vlag.


De volgende ontwikkelingsfase, is de periode van intellectuele verkenning, van het vragen naar het waarom, wanneer en waartoe van alle zaken. Door de zintuiglijke verkenning is er al een stevige basis gelegd en kan het kind zich meer verdiepen in zaken waar hij al iets van af weet. Nu is hij in staat nieuwe informatie in kaart te brengen, te integreren. Hij kan nu ook de menselijke gang van zaken in heden en verleden beter begrijpen, zich ervan bewust worden dat de mens afhankelijk is van zijn leefomgeving. Afhankelijk maar tegelijk ook verantwoordelijk voor het milieu, dat hij met zoveel andere
levensvormen deelt. Het jonge kind verkent zijn wereld zintuiglijk en door te handelen. Het wil de feiten kennen, ordenen en aanduiden met taal. Zijn belangstelling reikt ver: planeten, sterren, sterrenstelsels ... Het aardrijkskundemateriaal verschaft kinderen de feiten over de planeet aarde; een hemellichaam dat is samengesteld uit land en water. Ze ervaren dat die delen land en water verschillende vormen hebben en dat die vormen weer namen hebben. De landvormen heten continenten en de watergebieden noemen we oceanen. Vervolgens leren kinderen dat de continenten en oceanen ook weer eigen namen hebben.

Terug