Wat een kind doet vanaf zijn geboorte, is zich aanpassen aan zijn omgeving, waardoor het deel kan uitmaken van de menselijke groep waartoe het behoort. Het doet dit door alles in de hem omringende wereld te absorberen volgens innerlijke drijfveren die voor alle kinderen gelijk zijn. Het eerste wat het kind ervaart in zijn prille bestaan is dat er vaste regels en gewoonten zijn.

Volwassenen brengen ordening aan in hun dagelijkse bezigheden. Ze zorgen voor een aangename, uitnodigende woonomgeving, verzorgen zichzelf en anderen, ontvangen gasten. Dit is allemaal erg boeiend voor het kind omdat het esthetisch, logisch en begrijpelijk is. De talrijke gebruiken in het dagelijks bestaan geven vertrouwen en een gevoel van veiligheid, nodig voor de ontwikkeling van het kind. Een prettige, liefdevolle huiselijke omgeving zal de wens oproepen om deel te nemen aan de dagelijkse activiteiten van de gezinsleden en een zelfstandig, actief lid van de familie te worden.
Zelfstandigheid en sociale betrokkenheid worden alleen bereikt als het kind de vrijheid krijgt om gehoor te geven aan zijn innerlijke drijfveren. Dan komt het tot interactie met zijn omgeving, in een proces van zelfverwezenlijking. In minder gecompliceerde samenlevingen nemen kinderen echt deel aan het dagelijks leven van de familie. In meer complexe samenlevingen leiden kinderen in toenemende mate een afzonderlijk bestaan. Dit niet meer kunnen deelnemen aan het leven van een hechte gemeenschap en het daarbij opdoen van een rijk geschakeerde menselijke ervaring, is een verlies voor hun totale ontwikkeling. Toch bestaan de mechanismen tot aanpassing, waaruit de behoefte voortkomt om deel te nemen aan dagelijkse activiteiten, nog steeds. De oefeningen voor het dagelijks leven, een van de grondslagen van de Montessori-opvoeding, bieden gezonde, zinnige en plezierige activiteiten. Ze maken het de kinderen mogelijk om hun motoriek te ontwikkelen en bewust om te gaan met hun omgeving. Ze komen zo tot ordelijke denkpatronen, onafhankelijke werkgewoonten en verantwoordelijkheidsgevoel. Dit kan alleen maar bereikt worden door spontaan en zinvol werk. De oefeningen voor het dagelijks leven zijn onder te verdelen in ’voorbereidende oefeningen’, ’zorg voor de omgeving’, ’zorg voor de persoon’, ’wellevendheid’ en ’beweging’. Voor ieder van deze gebieden bestaan materialen. Ze zijn aangepast aan de grootte van de kinderen, hun belangstelling en capaciteiten. In principe zijn al deze oefeningen over de hele wereld hetzelfde, maar ze kunnen verschillende uitingsvormen krijgen, daar ze een weerspiegeling zijn van het dagelijks leven van de specifieke cultuur waarin de Montessorischool zich bevindt.

Terug